BLOG 3 Briefwisseling Floor en Joyce

16 januari 2021

FLOOR HUISKENS

Consuminderen

Hallo lieve Joyce,

Alweer een paar weekjes geleden. Wil heel graag iets moois schrijven, maar ben een beetje inspiratieloos. Had een stukje geschreven, maar dat was zo treurig dat ik je er niet mee wil lastig vallen. Ligt denk ik een beetje aan de tijd. Toch wel lange dagen in tijden waarin het al vroeg donker wordt. De nieuwe virusvariant in Groot-Brittannië helpt natuurlijk ook niet mee. Veel mensen zijn ongerust, dat merk ik wel. Moet zorgen dat ik goede oefeningen blijf doen elke dag om me te aarden, zodat ik de prikkels van buitenaf niet te veel oppik.

Vandaag zijn we begonnen aan de zolder. Leuk werk dat verven, geeft meteen resultaat. Denk dat we wel een half jaartje moeten uittrekken voordat de zolder klaar is voor gebruik. We hebben in ieder geval leuke plannen: mijn praktijk komt er, met schildersezel en verf, naaimachine, gitaar en behandeltafel. Een combinatie van creatieve ruimte met coaching. Ik voel me wel heel gelukkig worden van dit idee. Pap wil een boekenkast als wand naast de trap maken. Dat lijkt me een geweldig sfeer hebben! Maar zo ver is het helaas nog niet. Nog even investeren in tijd en geld.

Over investeren gesproken: Consuminderen met kinderen – Mieke Henselmans. Je weet dat ik bewust probeer te leven om het milieu te sparen. Ook al ben ik maar een microdeeltje dat dus ook maar een microdeeltje verandering brengt op aarde. Maar het voelt zo goed! Het voelt lekker om te weten dat ik iets goeds doe. Iets wat goed is voor de aarde. Maar goed, terug naar het boek. Ben nog niet op de helft en gaat vooral over besparingen die je kunt maken door anders te denken. Kleine dingen: geen frisdrank maar thee bij lunch. Bespaart je al snel €1 per dag, dat is €365 per jaar. En als je iets nodig hebt, ernaar vragen i.p.v. meteen kopen. Dat vond ik wel een slim idee.

Dat vond ik ook zo inspirerend bij volgens mij Floortje Blijft Hier. Daar leefden meerdere gezinnen samen in kleine huisjes waar zij van elkaar spullen lenen als ze het nodig hebben. Ze hadden ook een baan, maar aten bijvoorbeeld samen. Ieder had wel een specialiteit die ze gebruikten om bijvoorbeeld samen voor eten en de moestuin te zorgen. Ik weet nog niet 100% zeker of ik dit zou kunnen. Heb je dan genoeg privacy? Maar het idee dat je de stofzuiger van de buurman leent en van iemand anders het strijkijzer, dat vind ik fantastisch! Waarom moeten alle huizen dezelfde spullen hebben? Is toch niet nodig?

Een vrouw, die naar mijn idee de koningin is van consuminderen is Green Evelien –www.greenevelien.com Zeker de moeite waard om eens te struinen door deze website. Heeft nuttige en niet al te dure tips. Zo heb ik een 6 meter lange tochtstrip besteld en zit op de Zero waste/less waste Nederland site van facebook. Ook hier krijg je leuke vragen en antwoorden te lezen over alles wat je kunt doen om een minder grote voetafdruk achter te laten.

Het is toch weer een verhaal over Milieu geworden. Was niet meteen mijn bedoeling. Maar dat is het leuke als je het even niet weet… het kan toch gewoon komen.

Hele dikke knuffel uit Merkelbeek

Floor

 

17 januari 2021

JOYCE MERKIES

Lieve Floor,

Ik herken wat je beschrijft over de fase waar je doorheen gaat. Zelf heb ik ieder jaar wel de ervaring dat wanneer de kerstspullen weer terug in de dozen zijn opgeborgen, die eerste dagen van de maand januari – nadat de donkere dagen een maand lang steeds verlicht werden door kaarsjes en lampjes – vaak wat grauw, leeg en somber kunnen aanvoelen.
Het gebrek aan perspectief wegens de tweede, reeds verlengde, lockdown heeft hierop een versterkend effect.
Goed dat je iedere dag oefeningen doet om je te aarden, zodat je de (stress-)prikkels van buitenaf niet te veel oppikt. Ik pas dit ook dagelijks toe: het geeft rust. Zo lukt het je om weer bij jezelf te komen en te blijven. En echt geaard zijn is de volledige bereidheid te zijn waar je bent. Dus ook bereid zijn aanwezig te zijn te midden van de donkere dagen. Ook deze dagen horen bij het leven en kunnen ook weer een kracht voor ons dragen als we deze, zoals de aarde het ons voorleeft wanneer haar natuur op haar diepste punt naar binnen is gekeerd, leren aanvaarden en gebruiken om te verstillen, te verinnerlijken en de rust te pakken, om in de lente de noodzakelijke voedingsbodem te hebben gekweekt voor vernieuwing en groei.

De winter is de tijd om stil te staan bij jezelf en het leven. Tijd om te bezinnen en jezelf de nodige rust te gunnen. Terwijl ik deze woorden schrijf, besef ik dat ik de afgelopen twee weken met het aanbieden van fulltime onderwijs op afstand en het tegelijkertijd begeleiden en ondersteunen van onze eigen kinderen weer wat meer ‘in yin’ mag gaan. In de wereld waarin wij leven verdwijnt de yinfase al te veel naar de achtergrond, terwijl deze periode ontzettend belangrijk is, vooral in de winter. Je laadt je namelijk op in dit seizoen. Door nu spaarzaam met je energie om te gaan bouw je een voorraadje op waarmee je straks fit aan het voorjaar kunt beginnen.

Voor de natuur verloopt dit proces vanzelfsprekend. Als moderne mensen zijn wij echter vaak vergeten om te leven volgens de seizoenen, in tegenstelling tot onze voorouders. In onze voorouderlijke Keltische traditie zag men die natuurlijke bioritmiek in zichzelf, in de flora, de fauna en het planetaire gebeuren; men maakte er een punt van om zelf op die cadans mee te vibreren. Het ritme van het jaar werd door de Kelten waargenomen als een golvende beweging. De jaarcyclus startte met een verinnerlijkingsperiode en evolueerde verder naar een prestatiesegment; een aards bioritme werd gevolgd. Rond 1 november was alle agrarisch werk afgehandeld: plant, dier en mens belandden in een periode van rust. De mensen werkten binnenshuis. Vanaf 1 februari begon het natuurlijke leven en de agrarische activiteit opnieuw. Vanaf 1 mei ontplooide het natuurlijke gebeuren en de menselijke (agrarische) activiteit zich en klom naar het rijpingspunt van 1 augustus. Hierna vloeide elk natuurlijk groeiproces naar de voltooiing: de oogst werd binnengehaald, het fruit geplukt en het rustpunt van 1 november werd opnieuw bereikt.

Het (binnenshuis) werk aan jullie zolder, als toekomstige praktijkruimte beantwoordt aan dit oorspronkelijk mee vibreren op de natuurlijke cadans: het treffen van voorbereidingen, het planten van de zaden die we willen laten groeien op basis van de reflectie op wat er voor jou echt toe doet.

De Keltische jaarcyclus was gebaseerd op de zonnebeweging en de relatie van die krachtbron met het alledaagse, natuurgebonden, agrarische werk- en leefritme.  Die Keltische kosmologische visie op het levensprincipe heeft ervoor gezorgd dat mensen zich tot in de eerste helft van de vorige eeuw nog konden herkennen in de rituelen: de boer zag de bio-ritmische levensprocessen bevestigd in zijn akkers. In de jaren 1950-60 veranderde de mens van boer in arbeider. Hij verliet de natuur en de cadans van de seizoenen voor de verstedelijking en het moderne prestatieritme. De eeuwenoude liturgie verloor haar band met de hedendaagse werkelijkheid, zodat de tegenwoordige mens er niet meer in slaagt de parallel tussen zijn geest en zijn stof in het nu te ontwaren, zoals de boer dat dik vijftig jaar geleden dat wel nog kon. Het gevolg is de vervreemding van de natuur. Met het spirituele vacuüm startte de grote milieuverloedering. Men verloor met het verlies van het zicht op de goddelijke aanwezigheid in de natuurlijke processen ook het respect voor de natuur zelf.

Je benoemde het al: jij hebt reeds in het verleden bewust de omslag gemaakt om zodanig te leven dat je milieu probeert te sparen. De corona-uitbraak blijkt inmiddels voor meer mensen ‘een wake-up call’ te zijn om zuiniger om te springen met het klimaat. Volgens recentelijk onderzoek is vijftig procent van de Nederlanders het eens met de gedachte dat dit hét moment is om duurzaamheid hoog op de politieke agenda te zetten nu in de samenleving toch al veel op losse schroeven staat. Daarnaast geven ruim zes op de tien Nederlanders aan de coronacrisis te zien als een moment van bewustwording. De pandemie legt een falend systeem bloot. Iets meer dan een kwart van de bevolking ziet de bestrijding van de pandemie als een kans om tegelijkertijd iets te doen voor het klimaat en het verduurzamen van de economie. Mensen zoeken meer de natuur op, nu we minder mogelijkheden hebben voor vermaak en ontspanning; dat doet ons de natuur weer herwaarderen. We hebben tijd voor reflectie in plaats van louter ratrace en realiseren ons meer de onnuttige consumptie.

Je haalt het aanpakken van dit onnuttige consumptiepatroon al aan met het boek ‘Consuminderen met kinderen’ van Mieke Henselmans. Veel zaken worden inderdaad meer aangeschaft voor de ouder dan voor het kind. Bij de inrichting van een babykamer zal een baby het verschil niet merken wanneer deze verschoond wordt op een oude tafel in plaats van op een designcommode. In deze kapitalistische maatschappij worden we voortdurend verleid om producten te kopen.
Het vergt discipline en bewustzijn om hier niet aan toe te geven. Een mooie boekentip; mijn interesse is gewekt; ik ga dit zéker lezen (lenen; niet kopen!).

En ook Green Evelien, je stuurde me een week geleden de link per WhatsApp, toont in de talloze voorbeelden op haar website aan dat eco-leven geen versobering, maar uiteindelijk een verrijking is. Ze laat zien dat we duurzaam, eenvoudig en toch comfortabel kunnen leven. Onder andere haar uitleg dat het wat milieu-impact betreft beter is om een tetrapak (met plastic coating) dan een eenmalige glazen verpakking te kopen, was voor mij een eyeopener. En zo heeft Evelien nog veel meer verruimende groene inzichten.

Ook de aflevering van ‘Floortje blijft hier’ die je had gezien, met het interview bij een gezin in een woonvereniging in Uffelte, ‘De Tuinen van Tourmalijn’, haakt aan op deze bewustwording rondom onnodige consumptie en de kracht van het delen.  Begonnen in een vervallen boerderij en een oude schuur werd het terrein door de bewoners in de loop der jaren verbouwd en samengevoegd tot een grote woonboerderij waar men met elf volwassenen en zeven kinderen, verdeeld over acht wooneenheden en een aantal gezamenlijke ruimtes, ging samenwonen. Zij delen er een gemeenschappelijk weiland, een groentetuin, werkschuur, speeltuin, een voetbalveldje en een geitenwei. Dit met één gezamenlijk doel: het creëren van een woonplek die samen ingericht en onderhouden wordt, waarbij de onderlinge communicatie helder wordt gehouden, spullen worden gedeeld, en iedere bewoner het belangrijk vindt te groeien in bewustzijn en liefde, zodat iedereen kan genieten van deze mooie woonplek. Het is inderdaad een offer in privacy, maar juist dankzij de bundeling van hun krachten en financiële middelen konden zij deze prachtige plek aankopen, bewonen en onderhouden.

Hoewel Arnout Hauben in de serie ‘Dwars door België’, die ik twee weken geleden zag, ook de mogelijke keerzijde van zo’n idealistische woongemeenschap blootlegt. In “Dwars door België, leggen drie vrienden in drie weken te voet door België ruim 500 kilometer af, via de GR129, de langste wandelroute van België die loopt van Brugge in het westen tot Arlon vlak bij Luxemburg. Dit doen ze met de kampeerspullen en alle opnameapparatuur zelf onderweg dragend, inclusief drone. Ik had je de link naar deze serie vorige week als eens via de WhatsApp doorgestuurd, omdat ik wist dat dit ook binnen jouw interesse valt: te voet dwars door landschappen, dorpjes, langs bossen, velden en rivieren en onderweg in gesprek met mensen die hun persoonlijke verhalen toevertrouwen.

In een interview met Marc, een van de eerste bewoners van een zelfvoorzienende agro-ecologische coöperatie in de vallei van Orval, klinken aanvankelijk nog inspirerende woorden: ‘De mens moet zich bezinnen over zijn relatie met de natuur. De mens voelt zich al eeuwenlang superieur. Met wetenschap wil hij de natuur overheersen, zoals we nu corona willen overheersen met vaccins. We luisteren niet meer naar de natuur, al maken we er deel van uit. We dienen weer nederig te worden. Als we dat niet doen lopen we onszelf voorbij.’ Aansluitend mogen Arnout Hauben en zijn vrienden Philippe Niclaes en Ruben Callensen een kijkje nemen op deze agro-ecologische coöperatie, die eerst eigendom was van de monniken van de abdij van Orval. Tien mensen blijken permanent te wonen op deze boerderij en in de zomer breidt de commune zich uit. Dan oogsten een dertigtal geëngageerde zielen op het ritme van moeder natuur. Vervolgens wordt in een gesprek met een geitenhoeder van de coöperatie gevraagd of hij het makkelijk vindt om samen te leven in een commune. Hij geeft aan dat hij er inmiddels alleen met zijn gezin woont. Door de vele discussies en ruzies zijn zij uit de gemeenschap gestapt. Marc, de eerste bewoner van de groep, en hijzelf verschilden te zeer van mening. De commune heeft volgens deze geitenhoeder zelfs nooit echt bestaan. Marc woont er reeds twintig jaar, maar sinds die tijd is het een voortdurend komen en weer gaan van bewoners. Hijzelf is er nu tien jaar en het heeft nooit gewerkt. Het probleem van de coöperatie is volgens deze geitenhoeder dat er binnen de commune te veel ideologieën bestaan.
Het interview wordt vervolgens min of meer abrupt afgebroken, omdat deze geitenhoeder nog snel de administratie dient te doen: er kan elk moment kaas worden opgehaald waarvoor nog de leveringsbonnen moeten worden gemaakt.
Arnout hervat zijn reis weer en vat het geheel nuchter samen met de woorden: ‘Alles wordt op den duur toch economie. Je kunt zeggen: “Ik ga nog dichter bij de natuur staan, nog dieper in de modder en nog harder werken. Op een gegeven moment moet je toch je bio-kaas verkopen, moet je bonnetjes invullen en dan raak je gestrest.” Op de achtergrond klinkt het lied ‘Laat mie maar lopen’ van Willem Vermandere. Een relativerend, hilarisch contrast!

Terwijl ik dit zag, en ook nu ik deze afrondende woorden aan je schrijf, realiseer ik me dat de stap naar duurzamer leven het voortdurend balanceren vergt tussen de principes die je in de wereld wil neerzetten en het sociaal (natuurlijk en prettig) weten te integreren van deze groene overtuigingen.
Ik vind dat wel jouw kracht. Je plannen: de praktijk met schildersezel, naaimachine waarop je onder andere met behulp van oude kleren weer nieuwe kleding gaat maken, dat allemaal tezamen in je coaching-ruimte voor jonge mensen, dat is nu net die krachtige natuurlijke leeromgeving die kinderen kan bewustmaken van de invloed van onze leefstijl op de aarde. Waarbij ze leren over hun (innerlijke) wereld, de natuur -de oorsprong – en wat wij als mens daadwerkelijk nodig hebben. En dat momenteel allemaal nog in de vorm van een zaadje waarvoor, tijdens deze winterse, verstilde en soms donkere dagen, door jou een voedingsbodem werd gekweekt om straks te ontkiemen tot manifestatie en groei. Fijn dat je dit perspectief al wilde prijsgeven Floor! Dit zijn voor mij sprankjes hoop dat, dankzij het groeiend aantal van dit soort initiatieven, het spirituele vacuüm waarmee de grote milieuverloedering meer dan zeventig jaar geleden startte, uiteindelijke weer overwonnen zal worden.

Veel liefs, Joyce